Peter van Willenswaard werd geboren in 1947.

Zijn moeder vertelt dat hij als baby alleen wilde drinken als hij een stopcontact kon zien.

Zijn eerste schok kreeg hij toen hij 5 jaar oud was en zelf een open model lampfitting van een netsnoer had voorzien. Gelukkig was de netspanning toen nog 110V.

De fascinatie voor elektriciteit kwam op een hoger plan toen hij zich bezig ging houden met radio. Afgedankte buizenradio's van familie en kennissen vormden een rijk bron van onderdelen. De schokken bleven, want niet zelden was zo'n radio voorzien van U-buizen. U-buizen zijn ontwikkeld om een voedingstrafo te kunnen uitsparen: de gloeistroom van alle U-buizen is gelijk (0,1 A) en de gloeispanningen relatief hoog, waardoor het mogelijk is alle gloeidraden in zo'n radio in serie te schakelen en direct op het lichtnet aan te sluiten. De hoogspanning is gewoon de gelijkgerichte 220. Met als gevolg dat het chassis van zo'n toestel direct met één van de polen van de netstekker is verbonden. Lekker goedkoop, en levensgevaarlijk.

Als 13-jarige volgde de eerste confrontatie met transistoren: de OC3 en de OC4, respectievelijk ƒ 3,75 en ƒ 4,75. Als je er naar wees, waren ze al stuk, weg zakgeld. Maar je kon er leuke 2-transistor reflexontvangertjes mee bouwen en daarop ontving je tijdens vakantie in Frankrijk 's-avonds Hilversum.

Rond die tijd vonden ook de eerste stereo-uitzendingen plaats (Matthäus Passion over de beide Hilversumse middengolfzenders). En er kwamen stereo-langspeelplaten, maar de afspeelapparatuur was er nog niet, dus werden die beluisterd met twee kristaloortelefoons direct aangesloten op een kristal-pickupelement. Deze ervaringen lieten verbijsterende indrukken achter.

De eerste versterker bouwde hij, inmiddels student Elektrotechniek in Delft, in 1967, een ontwerp uit Radio Elektronica met 2N3055. Van de rest van de installatie kwam echter niets, want hij nam intensief deel aan de democratiseringsbeweging. De versterker kwam terecht bij een vriend die wel luidsprekers en een platenspeler had maar geen versterker.

Ook na het afstuderen en het vertrek uit Delft kwam er van enige vorderingen op het audio-pad niets terecht, want ontwikkelingshulp was een betere tijdsbesteding dan militaire dienst, ook al was je er anderhalf maal zo lang mee uit de roulatie. Na een half jaar in het Algerijnse volwassenenonderwijs volgde een twee-jarige verbintenis met het hoogspanningsbedrijf aldaar. Het werk bestond uit het onderhouden van de communicatieapparatuur van het bedrijf, van accuzalen en telefooncentrales tot de langegolfzendontvangers die gekoppeld waren aan de hoogspanningsleidingen zelf (omdat de PTT-verbindingen schaars en onbetrouwbaar waren). Diverse van die zendontvangers waren nog uitgevoerd met buizen, gehuisvest in kasten van twee meter hoog, en zonder schema's want die hadden de Fransen voor hun vertrek uit Algerije in 1961 vernietigd.

Terug in Nederland (1977) ontstond er eindelijk ruimte voor hifi. En kwamen er contacten, met enerzijds Tjako Fennema van Transtec en anderzijds John van der Sluis, wat een aardig spanningsveld opleverde. Spoedig werd duidelijk dat de speakers KEF Chorales moesten worden. Maar dan beter, dus zelf gebouwd. De onderdelen daarvoor werden betrokken van Remo, en de condensatoren in het wisselfilter werden vervangen door betere, wat aan Transtec-zijde gefronste wenkbrauwen opriep. Een vertrouwenwekkend versterkerontwerp bleek in de bladen van die tijd niet te vinden, en ook de toenmalige Artelec versterker van JvdS vond geen genade, en die reageerde met: "Ontwerp er dan zelf één!". Dat leidde via een omvangrijke literatuurstudie en de ontdekking van Matti Otala (Transient Intermodulation Distortion, TIM) tot de M-50 versterker van Studio Sound System, waarmee John en Peter inmiddels bij Van Dam Elektronica onderdak hadden gevonden. TIM kun je vermijden door snelle schakelingen met ingenieuze hf-compensaties, maar Peter koos een andere weg: die van het minimalisme. Er werd in 1979 zelf een eindtrap ontwikkeld ZONDER TEGENKOPPELING, het M-100 monoblok. Dat ding klonk waanzinnig, maar het in de markt zetten van een versterker met een dempingsfactor van minder dan 10 en een THD van 0,2% was toen taboe. Mogelijk was dit de eerste Hifi-versterker zonder tegenkoppeling sinds de door Brook in 1935 met de 22A ingeslagen weg van overall tegenkoppeling, een trend die definitief wordt met het ontwerp van Williamson uit 1947.

En toen ging de Ogem (waar Van Dam E. deel van uit maakte) failliet, de toplieden betaalden zichzelf wat extra miljoenen voor bewezen diensten (ook toen al) en veel werknemers kwamen op straat te staan. Ook Van Dam E. sloot.

In 1982 beginnen John en Peter een nieuw hifi-tijdschrift, Audio&Techniek. Voor het eerst is er in Nederland een blad waarin van alle te testen apparatuur uitvoerig de KLANK besproken wordt. De keramische condensator wordt ontdekt als boosdoener. En er verschijnen nieuwe ontwerpen en bouwsets. Het blad ondersteunt tevens de introductie van de High-End in Nederland.

In 1985 test Peter voor het eerst een buizenversterkerset, de PV5/MV75 combi van Conrad-Johnson. Hij is onmiddellijk verslaafd aan de magie van het buizengeluid. En verzamelt vanaf dat moment alle literatuur over buizen. En buizen zelf, uiteraard.

Eind 1986 komt het tot een breuk met A&T, en in 1987 treedt hij in dienst bij Hans Beekhuyzen en begint te schrijven voor Home Studio en HifiVideoTest in Nederland en het Amerikaanse Stereophile. En het is hier dat hij door zijn afkeer van digitaal geluid moet heenbreken. Ook aandacht voor de theoretische en technische kant van digitale audio is er nooit geweest, maar binnen een half jaar loopt hij de achterstand in en ontwikkelt metingen die nog geen enkele andere audiojournalist doet. En ontdekt de invloed van jitter op de klank van 'perfect sound forever', en publiceert daar internationaal als eerste over, in Stereophile. Tevens komt hij (als technisch redacteur van Pro Audio Magazine) intensief in contact met de studiowereld.

In 1993 is het, na 11 jaar journalistiek werk, op. Hij gaat werken bij De Jong Systems: inderdaad, nog meer buizen, van Audio Innovations en Audio Note. Jaren van modificeren, repareren en ontwerpen leveren een schat van ervaring op. De modificatie van de Teac VRDS-10 CD-speler (jaja!) wordt beroemd.

Maar eind 1996 is door het wegvallen van Audio Innovations de financiële situatie bij DJS zorgelijk geworden en is einde dienstbetrekking onafwendbaar. Begin 1997 start Peter zijn eigen bedrijf: Audiomagic. Zie elders op deze site wat AudioMagic voor u kan betekenen.

Tenslotte is nog vermeldenswaard dat hij sinds 2003 met Eelco Grimm, Guido Tent en Bruno Putzeys samen een ontwerpteam vormt voor highend studio-apparatuur. Deze onderneming heet GrimmAudio, de eerste produkten en verdere informatie zijn te vinden op www.grimmaudio.com.